Way Back Machine

Boekenplein

Jarenlang wilde ik niet meer aan De Opkamer herinnerd worden. Wie de complete geschiedenis kent zal mij dat zeker niet verwijten. It was quite a ride. Niemand durft me aan De Opkamer te herinneren, behalve mijn zoon en mijn vroegere buurman Marc van Oostendorp op het Boekenplein van DDS. Hij beheerde daar het Laurens Janszoon Costerproject.

Met enige regelmaat herinnerde hij mij eraan dat de vroege uitgaven van De Opkamer niet meer te vinden zijn in de Way Back Machine, het allesomvattende internetarchief.

In het electronisch tijdschrift Neerlandistiek, voorheen Neder-L, besteedde hij ook af en toe aandacht aan De Opkamer:

< Een toekomst zonder verleden > – 2010

< De begintijd van het Internet is nu! > – 2013

Inderdaad was ik de enige die over alle backups beschikte en het was misschien ook wel verstandig als ik contact opnam met de Koninklijke Bibliotheek waar gerichte aandacht was voor ‘vroege’ webpublicaties.

Zelf was ik echter volledig gedesillusioneerd geraakt met alles wat met Nederlandse literatuur en het internet te maken had. Het was niet zonder oud zeer dat ik op mijn blog een rubriek ‘Gratis Nederlands’ creërde waar ik mijn eerder in druk verschenen korte verhalen en columns als blog publiceerde.

Er moest dan ook iets dramatisch gebeuren om mij naar het berghok te laten sloffen om wat archiefdozen op te diepen. Dat drama kwam met de dood van Menno Wigman. Wigman en ik zijn nooit de allerbeste vrienden geweest en ons contact was sinds het opheffen van De Opkamer minimaal. Het laatste bericht dat ik van hem ontving was een ansichtkaart in 2001 met op de achterzijde de hem kenmerkende drie kruisjes met daar onder twee woorden: Mea Culpa. Misschien was dat een uitnodiging om weer eens contact op te nemen, maar dat heb ik nooit gedaan. Ik neem sowieso zelden contact op met mensen. Ik ben in de loop van de jaren meer een hondenman geworden.

Bewondering voor Menno als redactielid van de Opkamer en vanzelfsprekend als dichter had ik natuurlijk wel en zijn vroege dood kwam dan ook hard aan. Mijn eerste gedachte was: ‘Zie je wel, klootzak, had je maar naar mij geluisterd!’ Een mij typerende reactie als ik een nare tijding niet meteen kan bevatten.

Die dwaze gedachte was direct gekoppeld aan de dag dat ik Menno had leren kennen, ergens in een café, in gezelschap van een meisje dat zo op het eerste gezicht een lastig portret was, maar zo stralend mooi dat je haar dat – in ieder geval voor de korte termijn – probleemloos zou kunnen vergeven. Menno was in die tijd drummer voor de punkgroep Human Alert. Hij had echter andere ambities. Hij wilde dichter worden. Hij werd zichtbaar onrustig toen Gerrit Komrij later die middag het café binnenkwam. Dan weet je dat het iemand ernst is.

Ik kon het niet laten hem op vaderlijke wijze te ontmoedigen. ‘Realiseer je je wel dat je beter drummer in een punkband kunt blijven? Straks in de literatuur zijn er geen mooie meisjes meer, alleen nog ‘dames’ met een chronische wijnkegel die pen-acht-truien dragen en over hun jute zakken lullen alsof het haute couture betreft.’

Grappig vond hij mijn opmerking wel, maar het dichterslicht in zijn ogen was niet te doven.

Uiteindelijk werd een prozaïsche hartkwaal hem fataal. Niet het mooie meisje dat hij indertijd bij zich had. Niet zijn onvermoeibare pogingen om door iedereen aardig gevonden te worden. Het werd een dood die geen romanticus zich zou wensen. Ik besloot bij wijze van ritueel het oude interview met Menno voor De Opkamer op te diepen. Niet omdat het ‘t zoveelste interview met de dichter Wigman was, maar omdat ik hem indertijd de gelegenheid had gegeven om het interview helemaal naar zijn eigen smaak te herschrijven. In die zin was het zonder meer het ultieme interview met de dichter Wigman. Ik besloot die tekst naar Marc van Oostendorp te sturen.

< In de poëzie heeft niemand gelijk > – Neerlandistiek

Weken later werd ik door de Koninklijke Bibliotheek benaderd en besloot ik – al het eerdere tegenspartelen ten spijt – mee te werken en nu zit ik al weken in het archief van De Opkamer te spitten en er komen teksten tevoorschijn, ook van mijn eigen hand, waarvan ik het bestaan allang was vergeten.

Al snel merkte ik dat het archief niet het gehele verhaal vertelde en ik besloot te gaan schrijven over de korte, maar roerige geschiedenis van De Opkamer. Geheel in de traditie van het tijdschrift zal ik die verhalen uiteindelijk bundelen als ePub, maar Van Oostendorp is zo vriendelijk om de beste episodes uit die geschiedenis voor te publiceren in Neerlandistiek. De eerste anekdote over De Opkamer kunt u daar al aantreffen:

< ‘U hoeft niet te doen alsof u bekende Nederlanders kent.’ De Internet Poëzieprijs 1998 >

HvdK

Plaats een reactie