Webmeesteres K. en DDS Freeze

Je denkt dat je alles nog wel zo’n beetje weet als je een site als De Opkamer van voor tot achter hebt gecodeerd en van graphics hebt voorzien, maar hoe dieper ik graaf des te groter blijken de hiaten in mijn geheugen te zijn. Niet zo gek misschien na al die jaren, maar het produceren van graphics was voor mij een belangrijk deel van mijn werkzaamheden en juist op dat vlak val ik nu van de ene in de andere verbazing.

Dat bij het tweejarig bestaan van De Digitale Stad in 1996 de harde schijf op een vast tijdstip een ‘freeze’ kreeg en dat die data bewaard zouden worden om in de volgende eeuw opnieuw bekeken te worden, dat wist ik. Ook dat we speciaal voor die gelegenheid een kleine expositie op de site geplaatst hadden, maar dat zelfs de voorplaat in het teken van de ‘freeze’ stond, daar kwam ik vandaag pas achter toen ik bovenstaande graphic vond.

Ik weet zeker dat ik niet de bedoeling heb gehad om ons logo van een blauwe schaduw te voorzien, maar op mijn scherm met 16 kleuren zal dat waarschijnlijk grijs zijn geweest. Ook heb ik indertijd waarschijnlijk niet bedacht dat mijn illustratie misschien ook iets te maken had met het overlijden van mijn vader. Eerder zal ik gedacht hebben dat de illustratie prima paste bij de kop ‘De Opkamer levend begraven!’ omdat ik ‘Freeze’ te Engelstalig vond voor een Nederlandstalige site.

Zo herinner ik mij ook uitsluitend Webmeesteres V. Waarbij de V. verwees naar een van mijn vele pseudoniemen: Eric Vlugt. Bij het produceren van de eerste graphics voor de cursus ‘Internet voor schatjes’ heette de Webmeesteres nog Webmeesteres K., een directe verwijzing naar mijn eigen naam. Of Webmeesteres K. ooit op de site heeft gestaan, betwijfel ik. Eerder denk ik dat de graphic die ik nu gevonden heb een eerste opzetje is. Ik wilde geen foto van mijn eigen gezicht gebruiken, dus was het gezicht van de Webmeesteres een versleutelde versie van een foto die ik jaren eerder gemaakt had van een travestiet op het feestje van een Utrechtse discotheek.

Oorspronkelijk waren deze graphics veel kleiner. De schermresoluties waren immers veel lager, maar voor de presentatie hier heb ik de oorspronkelijke bestanden gekopieerd en vergroot met een programma dat On1 Resize heet, een opvolger van het oudere Genuine Fractals.
 

Way Back Machine

Boekenplein

Jarenlang wilde ik niet meer aan De Opkamer herinnerd worden. Wie de complete geschiedenis kent zal mij dat zeker niet verwijten. It was quite a ride. Niemand durft me aan De Opkamer te herinneren, behalve mijn zoon en mijn vroegere buurman Marc van Oostendorp op het Boekenplein van DDS. Hij beheerde daar het Laurens Janszoon Costerproject.

Met enige regelmaat herinnerde hij mij eraan dat de vroege uitgaven van De Opkamer niet meer te vinden zijn in de Way Back Machine, het allesomvattende internetarchief.

In het electronisch tijdschrift Neerlandistiek, voorheen Neder-L, besteedde hij ook af en toe aandacht aan De Opkamer:

< Een toekomst zonder verleden > – 2010

< De begintijd van het Internet is nu! > – 2013

Inderdaad was ik de enige die over alle backups beschikte en het was misschien ook wel verstandig als ik contact opnam met de Koninklijke Bibliotheek waar gerichte aandacht was voor ‘vroege’ webpublicaties.

Zelf was ik echter volledig gedesillusioneerd geraakt met alles wat met Nederlandse literatuur en het internet te maken had. Het was niet zonder oud zeer dat ik op mijn blog een rubriek ‘Gratis Nederlands’ creërde waar ik mijn eerder in druk verschenen korte verhalen en columns als blog publiceerde.

Er moest dan ook iets dramatisch gebeuren om mij naar het berghok te laten sloffen om wat archiefdozen op te diepen. Dat drama kwam met de dood van Menno Wigman. Wigman en ik zijn nooit de allerbeste vrienden geweest en ons contact was sinds het opheffen van De Opkamer minimaal. Het laatste bericht dat ik van hem ontving was een ansichtkaart in 2001 met op de achterzijde de hem kenmerkende drie kruisjes met daar onder twee woorden: Mea Culpa. Misschien was dat een uitnodiging om weer eens contact op te nemen, maar dat heb ik nooit gedaan. Ik neem sowieso zelden contact op met mensen. Ik ben in de loop van de jaren meer een hondenman geworden.

Bewondering voor Menno als redactielid van de Opkamer en vanzelfsprekend als dichter had ik natuurlijk wel en zijn vroege dood kwam dan ook hard aan. Mijn eerste gedachte was: ‘Zie je wel, klootzak, had je maar naar mij geluisterd!’ Een mij typerende reactie als ik een nare tijding niet meteen kan bevatten.

Die dwaze gedachte was direct gekoppeld aan de dag dat ik Menno had leren kennen, ergens in een café, in gezelschap van een meisje dat zo op het eerste gezicht een lastig portret was, maar zo stralend mooi dat je haar dat – in ieder geval voor de korte termijn – probleemloos zou kunnen vergeven. Menno was in die tijd drummer voor de punkgroep Human Alert. Hij had echter andere ambities. Hij wilde dichter worden. Hij werd zichtbaar onrustig toen Gerrit Komrij later die middag het café binnenkwam. Dan weet je dat het iemand ernst is.

Ik kon het niet laten hem op vaderlijke wijze te ontmoedigen. ‘Realiseer je je wel dat je beter drummer in een punkband kunt blijven? Straks in de literatuur zijn er geen mooie meisjes meer, alleen nog ‘dames’ met een chronische wijnkegel die pen-acht-truien dragen en over hun jute zakken lullen alsof het haute couture betreft.’

Grappig vond hij mijn opmerking wel, maar het dichterslicht in zijn ogen was niet te doven.

Uiteindelijk werd een prozaïsche hartkwaal hem fataal. Niet het mooie meisje dat hij indertijd bij zich had. Niet zijn onvermoeibare pogingen om door iedereen aardig gevonden te worden. Het werd een dood die geen romanticus zich zou wensen. Ik besloot bij wijze van ritueel het oude interview met Menno voor De Opkamer op te diepen. Niet omdat het ‘t zoveelste interview met de dichter Wigman was, maar omdat ik hem indertijd de gelegenheid had gegeven om het interview helemaal naar zijn eigen smaak te herschrijven. In die zin was het zonder meer het ultieme interview met de dichter Wigman. Ik besloot die tekst naar Marc van Oostendorp te sturen.

< In de poëzie heeft niemand gelijk > – Neerlandistiek

Weken later werd ik door de Koninklijke Bibliotheek benaderd en besloot ik – al het eerdere tegenspartelen ten spijt – mee te werken en nu zit ik al weken in het archief van De Opkamer te spitten en er komen teksten tevoorschijn, ook van mijn eigen hand, waarvan ik het bestaan allang was vergeten.

Al snel merkte ik dat het archief niet het gehele verhaal vertelde en ik besloot te gaan schrijven over de korte, maar roerige geschiedenis van De Opkamer. Geheel in de traditie van het tijdschrift zal ik die verhalen uiteindelijk bundelen als ePub, maar Van Oostendorp is zo vriendelijk om de beste episodes uit die geschiedenis voor te publiceren in Neerlandistiek. De eerste anekdote over De Opkamer kunt u daar al aantreffen:

< ‘U hoeft niet te doen alsof u bekende Nederlanders kent.’ De Internet Poëzieprijs 1998 >

HvdK